ECLI:NL:RBAMS:2007:BA2761
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod en ontbinding Stichting Hells Angels Amsterdam wegens onvoldoende bewijs criminele werkzaamheid
Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank om de Stichting Hells Angels Amsterdam te verbieden en te ontbinden op grond van artikel 2:20 lid 1 BW Pro wegens betrokkenheid bij ernstige criminele activiteiten, waaronder wapenbezit, drugshandel en discriminatie. Dit verzoek werd onderbouwd met bevindingen uit doorzoekingen en het Acroniemonderzoek, waarin strafbare feiten en criminele cultuur binnen de Hells Angels werden vastgesteld.
De rechtbank onderzocht of de Stichting Amsterdam zelf, los van de individuele members van het Chapter Amsterdam, deze strafbare gedragingen tot haar werkzaamheid had gemaakt en of zij zeggenschap had over het gedrag van de individuele leden. De stichting faciliteerde het clubhuis en activiteiten, maar concrete aanwijzingen voor zeggenschap over criminele gedragingen ontbraken.
Hoewel wapens en drugs werden aangetroffen in het clubhuis en bij bestuursleden, kon niet worden vastgesteld dat deze gedragingen structureel deel uitmaakten van de stichting haar werkzaamheden. Ook de beschuldigingen van discriminatie en geweld werden onvoldoende concreet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de gedragingen van individuele members niet zonder meer aan de stichting kunnen worden toegerekend.
De rechtbank overwoog dat het verbod op een stichting een ernstige inbreuk vormt op de vrijheid van vereniging en alleen in uiterste gevallen kan worden opgelegd. Gezien het ontbreken van bewijs dat de stichting als rechtspersoon criminele activiteiten structureel tot haar werkzaamheid had gemaakt en het lopende strafrechtelijk onderzoek, wees de rechtbank het verzoek af. Het Openbaar Ministerie werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verbod en ontbinding van Stichting Hells Angels Amsterdam wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van criminele werkzaamheid.