ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1490
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- M. van Mourik
- A.H.J. Swart
- Rechtspraak.nl
Overlevering aan Duitsland toegestaan ondanks verweer opgeëiste persoon
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon voerde verweren aan over de onvolledigheid van het EAB en zijn verblijfsstatus in Nederland, waaronder een recent afgewezen asielverzoek en een ingediend naturalisatieverzoek.
De rechtbank verwierp het verweer dat de chemische samenstelling van de drugs onduidelijk was en oordeelde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Ook stelde de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon niet voldoet aan de criteria van artikel 6, vijfde lid, Overleveringswet (OLW) en dat zijn verblijfsrecht in Nederland ontbrak. De rechtbank zag geen reden om de beslissing uit te stellen ondanks het lopende naturalisatieverzoek.
Hoewel een deel van de feiten deels op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd, gaf de rechtbank aan dat de vervolging en bewijsmiddelen in Duitsland aanwezig zijn en dat de rechtsorde in Duitsland rechtstreeks is aangetast. De rechtbank wees de weigeringgrond van artikel 13 OLW Pro af en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel.