ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1488
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- M. van Mourik
- A.H.J. Swart
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering aan Luxemburg ondanks verweer disproportionaliteit
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 maart 2007 de vordering tot overlevering van een Nederlandse vrouw aan Luxemburg op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van medeplegen van handelen in strijd met het verbod op verdovende middelen volgens de Opiumwet. De rechtbank beoordeelde of aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW) was voldaan en of verweren tegen overlevering gegrond waren.
De opgeëiste persoon voerde verweer op grond van artikel 13 OLW Pro, stellende dat overlevering disproportioneel zou zijn vanwege haar zorgplicht voor een slechtziende broer en financiële verplichtingen in Nederland. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat de belangen van de opgeëiste persoon voldoende waren afgewogen en dat de zogenaamde dubbele WOTS-garantie bescherming biedt. Tevens is de strafzaak grotendeels in Luxemburg geconcentreerd, waar ook medeverdachten zijn aangehouden.
De rechtbank constateerde dat het EAB aan alle formele eisen voldoet, dat de feiten strafbaar zijn in Nederland en Luxemburg, en dat de specialiteitsbeginsel is gewaarborgd. Het verweer dat de vertaling van het EAB fouten bevatte, leidde niet tot weigering. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarbij de opgeëiste persoon bij overlevering direct aan een rechter in Luxemburg zal worden voorgeleid. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Luxemburg toe ondanks het verweer van disproportionaliteit.