ECLI:NL:RBAMS:2007:BA0390
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.K. van der Valk Bouman
- A.W.H. Vink
- M.R. Jöbsis
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid KLM voor vermissing waardezending tijdens luchtvervoer
Op 6 april 2001 heeft Monstrey Worldwide Services BVBA en andere eiseressen een waardezending aangeboden aan KLM voor vervoer van Antwerpen via Schiphol naar Mumbai. De zending, bestaande uit geslepen en ruwe diamanten, is tijdens het transport zoekgeraakt. Na onderzoek door verschillende instanties en rapporten van Oliver Insurance Services en Toplis & Harding, bleef onduidelijk wanneer en hoe de vermissing heeft plaatsgevonden.
Monstrey c.s. vorderden dat KLM aansprakelijk wordt gesteld zonder beperking wegens opzet of bewuste roekeloosheid. KLM betwistte dit en stelde dat de zending mogelijk niet aan boord was gegaan en dat zij aan haar informatieplicht had voldaan. De rechtbank stelde vast dat KLM de zending in ontvangst heeft genomen en aansprakelijk is voor de vermissing op grond van het Verdrag van Warschau.
De rechtbank oordeelde dat KLM voldoende informatie had verstrekt over de veiligheidsmaatregelen en dat er geen bewijs was voor opzet of bewuste roekeloosheid. De aansprakelijkheid van KLM werd daarom beperkt tot de in het Verdrag genoemde grenzen. De vordering werd toegewezen tot een bedrag van 10.000 BEF plus 157,25 SDR, vermeerderd met wettelijke rente. De overige vorderingen, waaronder expertisekosten, werden afgewezen.
Monstrey c.s. werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en op 28 februari 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: KLM is aansprakelijk voor de vermissing van de waardezending, maar de aansprakelijkheid wordt beperkt tot de grenzen van het Verdrag van Warschau.