ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ6713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- A. Tegelaar
- A.D. Belcheva
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zelfdodingsconsulent wegens ontbreken strafbare instructies bij hulp zelfdoding
Verdachte werd verdacht van strafbare hulp bij de zelfdoding van betrokkene door het geven van concrete instructies over medicatiedoseringen. Betrokkene pleegde op 9 juni 2004 zelfdoding met medicijnen, na telefonisch contact en correspondentie met verdachte, die zich presenteerde als zelfdodingsconsulent.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf wegens het geven van strafbare instructies, met name via een brief van 5 februari 2004 en bijbehorende bijlage. Verdachte stelde dat hij slechts bevestigde wat betrokkene zelf had voorgesteld en dat hij geen eigen initiatief nam in het verhogen van doseringen.
De rechtbank onderzocht het juridische kader rond artikel 294 lid 2 Sr Pro en het begrip 'instructie'. Het oordeel was dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte actief sturend of regievoerend optrad bij de zelfdoding. Verdachte kreeg het voordeel van de twijfel, mede omdat hij zijn aantekeningen had vernietigd, wat wel verwijtbaar was maar geen strafrechtelijke gevolgen had.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Het beroep op rechtsdwaling werd niet verder behandeld omdat vrijspraak volgde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van strafbare instructies bij hulp aan zelfdoding.