ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ6128
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming investeringsverplichting ondanks voorwaardelijke participatie in IP Finance BV
Vanaf maart 2003 was A betrokken bij het opstellen van het businessplan van IP Europe BV (IPE), een onderneming voor draadloze internetverbindingen. A zou participeren in IP Finance BV (IPF), die financiering aan IPE zou verstrekken. A heeft een participatie van €50.000 toegezegd onder de voorwaarde dat hij als commissaris bij IPE zou worden benoemd en dat dit commissariaat naar behoren zou functioneren.
De benoeming van A tot commissaris werd uitgesteld op zijn eigen voorstel, en hij heeft pas in mei 2004 kenbaar gemaakt niet te willen participeren. IPF vordert nakoming van de participatieovereenkomst en betaling van het aandelenbedrag met rente. De rechtbank oordeelt dat de voorwaarde stilzwijgend is aanvaard door IPF en dat A zich niet aan zijn verplichting kan onttrekken omdat hij zelf het commissariaat heeft uitgesteld en niet tijdig heeft aangegeven dat dit gevolgen had voor zijn participatie.
De rechtbank benadrukt dat A’s investering van vitaal belang was voor het project en dat hij de voorwaarde niet tijdig heeft ingeroepen. Gezien de redelijkheid en billijkheid wordt de ontbindende voorwaarde als niet vervuld beschouwd. Daarom wordt A veroordeeld tot medewerking aan de overdracht van aandelen, betaling van het aandelenbedrag met rente, en proceskosten.
Uitkomst: A wordt veroordeeld tot nakoming van zijn participatie in IP Finance BV en betaling van €50.000 met rente.