ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ5872
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Toelichting vergoeding bij gedwongen ontslag na fusie tussen Biegelaar Groep en Brouwer Groep
In deze zaak vorderen werknemers (A c.s.) een verklaring voor recht en vergoeding van een financiële aanvulling van TMG, voortvloeiend uit een brief van 22 mei 2002 waarin TMG een garantie gaf voor een aanvullende vergoeding bij gedwongen ontslag als gevolg van de fusie tussen de Biegelaar Groep en de Brouwer Groep.
TMG betwist de aanspraken, stellende dat de brief verbonden is aan het Sociaal Plan 2002 dat is vervangen door het Sociaal Plan 2004, en dat het ontslag niet het gevolg is van de fusie maar van verslechterende marktomstandigheden. De rechtbank oordeelt dat de aanspraken niet zijn vervallen door het nieuwe Sociaal Plan en dat het ontslag wel degelijk verband houdt met de fusie en de daaropvolgende reorganisaties.
De rechtbank stelt vast dat de toezegging van TMG geen onderdeel is van een arbeidsovereenkomst en dat de bewoordingen van de brief van 22 mei 2002 bepalend zijn voor de uitleg. De werknemers mochten ervan uitgaan dat de vergoeding geldt voor ontslag tot 31 december 2007 als gevolg van bedrijfseconomische beslissingen gerelateerd aan de fusie.
Ten aanzien van individuele werknemers die zelf ontslag namen, oordeelt de rechtbank dat dit als gedwongen ontslag moet worden opgevat indien een ontslagvergunning is aangevraagd en verkregen. De rechtbank draagt partijen op om de berekeningen van de aanspraken nader in te dienen en houdt de verdere beslissing aan.
Uitkomst: TMG is gehouden tot betaling van een aanvullende vergoeding aan werknemers die gedwongen ontslagen zijn na de fusie, bestaande uit het verschil tussen de kantonrechtersformule en het Sociaal Plan 2002.