ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ3752
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad door belastingadviseur bij advies over alimentatiedraagkracht
In deze civiele procedure vordert A een verklaring voor recht dat KPMG en adviseur B onrechtmatig hebben gehandeld door een onjuist advies te verstrekken aan C, de ex-echtgenote van A, over de financiële draagkracht van A voor alimentatie.
De kern van het geschil betreft een brief van B aan C waarin gesteld wordt dat A voldoende draagkracht heeft om de gevraagde alimentatie te voldoen, gebaseerd op het vermogen van A's persoonlijke houdstervennootschap Plato Advotax Holding B.V. KPMG en B stellen dat dit advies is gebaseerd op onvolledige informatie en dat B dit ook heeft aangegeven in zijn brief.
De rechtbank overweegt dat B als partijadviseur een zorgplicht heeft jegens zijn cliënt C, maar niet jegens de wederpartij A, behalve in uitzonderlijke gevallen. Er is geen sprake van onrechtmatigheid jegens A omdat B zijn advies baseerde op de informatie die hij van C ontving en duidelijk maakte dat nadere gegevens nodig waren. Bovendien rust op B geen verplichting om de door C verstrekte informatie bij A te verifiëren.
De vorderingen van A worden afgewezen. Er is geen bewijs van schade bij A en het advies van B heeft geen rol gespeeld bij de vaststelling van de alimentatie. Ook de gevorderde rectificatie en opgave van namen van maten van KPMG worden afgewezen. A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van A af en veroordeelt hem in de proceskosten.