ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ3698
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.W. baron Bentinck
- G.A. Bouter-Rijksen
- A. Tegelaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor perifere betrokkenheid bij grootschalige softdrugshandel
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor zijn perifere rol in een grootschalige softdrugshandelszaak. Verdachte hielp bij het ophalen en lossen van een vrachtwagen met een grote hoeveelheid hash, zonder dat bewezen kon worden dat hij opzettelijk betrokken was bij de invoer of het aanwezig hebben van verdovende middelen.
Tijdens de zittingen bleek dat verdachte op verzoek van medeverdachten een vrachtwagen ophaalde en in een loods loste, waar hij onder andere houten kisten met vermoedelijke illegale lading verplaatste en deels weer inlaadde. Verdachte vond een revolver in de vrachtwagen en verliet daarop de locatie. Hoewel verdachte verklaarde te denken dat het ging om een lading beelden, waren er meerdere indicatoren die hem hadden moeten doen beseffen dat het om drugs ging.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de lading illegaal was, maar dat opzet op de aanwezigheid van verdovende middelen niet bewezen was. Daarom werd hij veroordeeld voor het niet-opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De straf bestond uit twee maal één maand hechtenis en twee maal een geldboete van €2.500, samen €5.000, met aftrek van voorarrest. De rechtbank hield rekening met zijn beperkte rol en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden hechtenis en €5.000 boete wegens perifere betrokkenheid bij invoer en opslag van hash zonder bewezen opzet.