ECLI:NL:RBAMS:2006:AY8674
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing straat- en verhuisverbod wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik
De dochters van gedaagde vorderden in kort geding een straatverbod en verhuisverbod voor hun vader in Amsterdam en specifiek Amsterdam Zuid, wegens vermeend seksueel misbruik in hun jeugd. Gedaagde ontkende de beschuldigingen en verzocht om behandeling achter gesloten deuren, wat werd toegewezen ter bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering een ingrijpende maatregel betreft die een zware inbreuk maakt op de bewegingsvrijheid van gedaagde. Daarom dienen de dochters voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken dat het misbruik heeft plaatsgevonden. De rechter vond dat de door hen overgelegde verklaringen en bescheiden onvoldoende waren om het misbruik aannemelijk te maken, mede vanwege de lange tijdsduur en tegenstrijdigheden.
Gedaagde betwistte het misbruik en stelde dat de beschuldigingen onbetrouwbaar zijn. De rechter stelde vast dat het kort geding zich niet leent voor een diepgaand onderzoek naar de waarheid van de beschuldigingen. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs werd de vordering afgewezen en werden de dochters veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot oplegging van een straat- en verhuisverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van seksueel misbruik.