ECLI:NL:RBAMS:2006:AY6094
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning gescheiden van winkel in Amsterdam
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen boven een winkelpand in Amsterdam. Verweerder had de waarde van de woning vastgesteld op €626.000, na vermindering van een eerdere hogere waarde. Eiseres stelde dat de gehele onroerende zaak, inclusief de winkel, een hogere waarde had en dat de woning deels als opslag voor de winkel werd gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 16 Wet Pro WOZ de winkel en de bovenwoning als afzonderlijke onroerende zaken moeten worden gewaardeerd. De waarde van het gehele pand kon dus niet als uitgangspunt dienen. Verweerder had bovendien de oppervlakte van de woning onjuist vastgesteld, omdat hij niet op de hoogte was van het gebruik van een deel van de woning als opslag en de woning niet had geïnspecteerd.
De rechtbank verwierp de door eiseres voorgestelde waarde op basis van huurkapitalisatie, omdat dit niet strookte met de vergelijkingsmethode die voor WOZ-waardering geldt. Omdat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €626.000 correct was, werd het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 10 augustus 2006 door mr. A.P.M. van Rijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de WOZ-waarde van de woning.