ECLI:NL:RBAMS:2006:AY4968
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunning Gay Pride Amsterdam 2006 locatie Amstel
Verzoekster, die de afgelopen tien jaar mede-organisator was van de Gay Pride Amsterdam, trok haar vergunningaanvraag voor het evenement in 2006 in onder de voorwaarde dat andere ondernemers alsnog een aanvraag konden indienen. Verzoeker diende vervolgens een aanvraag in voor een evenement aan de Amstel, die werd afgewezen, terwijl aan Pro Gay een vergunning werd verleend. De gemeente hanteerde een voorrangsregel waarbij eerdere aanvragen voorrang kregen boven latere.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster geen belanghebbende was bij de besluiten jegens verzoeker en Pro Gay, omdat zij haar aanvraag had ingetrokken en geen statutaire of feitelijke belangenbehartiging van leden kon aantonen. De voorrangsregel werd door de rechter als onjuist toegepast beschouwd, omdat de gemeente de aanvragen niet inhoudelijk tegen elkaar had afgewogen.
Desondanks zag de rechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen, mede vanwege de discretionaire bevoegdheid van de gemeente bij vergunningverlening en het ontbreken van bewijs dat de vergunning aan verzoeker zou worden verleend bij een inhoudelijke beoordeling. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen belanghebbende is en de gemeente discretionair bevoegd is bij vergunningverlening.