ECLI:NL:RBAMS:2006:AY3068
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.M. Vroom-Cramer
- A.J.R.M. Vermolen
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens deelname aan criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 juli 2006 een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie te Hanau. De opgeëiste persoon wordt verdacht van 62 strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie, welke strafbaar zijn gesteld onder het Duitse recht en ook onder het Nederlandse recht als medeplegen.
Tijdens de openbare zitting op 23 juni 2006 werd de opgeëiste persoon bijgestaan door een advocaat en een Griekse tolk. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon juist was en dat hij de Griekse nationaliteit bezit. Het verweer van de raadsman dat de opgeëiste persoon vanwege suikerziekte bij overlevering in Duitsland slechter behandeld zou worden en daardoor zijn gezondheid ernstig zou kunnen verslechteren, werd door de rechtbank verworpen omdat hiervoor geen concrete aanwijzingen waren.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en dat de overlevering gerechtvaardigd is. Tevens werd bevolen dat de in beslag genomen voorwerpen aan de Duitse justitiële autoriteiten worden overgedragen. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe en beveelt de afgifte van in beslag genomen voorwerpen.