ECLI:NL:RBAMS:2006:AY2631
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.M. Vroom-Cramer
- A.J.R.M. Vermolen
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte voor illegale handel in verdovende middelen aan België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 juli 2006 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Antwerpen. De verdachte, met de Nederlandse en Turkse nationaliteit, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit dat ook volgens Nederlands recht strafbaar is.
De verdediging voerde aan dat de overlevering niet toegestaan moest worden omdat een deel van de strafbare feiten in Nederland plaatsvond, de belangrijkste medeverdachte in Nederland vastzit, en bewijsstukken zich niet in België bevinden. Daarnaast werd gewezen op het persoonlijke belang van de verdachte bij berechting in Nederland. De officier van justitie stelde echter dat de Belgische autoriteiten gerechtvaardigd waren in hun voorkeur voor berechting in België en dat de ernst van het feit en de locatie van de hennepplantage in België zwaarder wogen.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en dat de officier van justitie in redelijkheid tot haar vordering had kunnen komen. Tevens werd een terugkeergarantie gegeven, zodat de verdachte bij een veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten. De overlevering werd daarom toegestaan, en tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen.