ECLI:NL:RBAMS:2006:AX8644
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- B.M. Vroom-Cramer
- E. van Sliedregt
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens feitelijke plaats delict in Nederland bij drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Oostenrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor het in het verkeer brengen van verdovende middelen. Het EAB betrof meerdere gevallen van drugshandel waarbij de verdovende middelen in Nederland werden verkocht en vervolgens door anderen in Oostenrijk werden ingevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de feiten volledig op Nederlands grondgebied waren gepleegd, aangezien de opgeëiste persoon de drugs in Nederland in het verkeer bracht. Er was geen bewijs dat zij betrokken was bij de invoer in Oostenrijk of dat zij daarvan op de hoogte was. De officier van justitie had verzocht om af te zien van de weigeringsgrond op grond van artikel 13 van Pro de Overleveringswet, maar de rechtbank vond dat het belang van de opgeëiste persoon bij berechting in Nederland zwaarder woog.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering geweigerd moest worden omdat het strafbare feit in Nederland was gepleegd en de opgeëiste persoon een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland heeft. Tevens werd een garantie gegeven dat een eventuele straf in Nederland kan worden uitgezeten. De overlevering werd daarom geweigerd en het geschorste bevel tot gevangenhouding opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering omdat de feiten volledig in Nederland zijn gepleegd en de opgeëiste persoon recht heeft op berechting in Nederland.