ECLI:NL:RBAMS:2006:AX8583
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- A.J.R.M. Vermolen
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland ondanks lopende strafzaak in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens vermeende betrokkenheid bij illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon heeft de Turkse nationaliteit en verblijft sinds 1972 in Nederland met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hij voerde verweren aan tegen de overlevering, waaronder de aanwezigheid van een lopende strafzaak in Nederland en een schending van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de lopende strafzaak in Nederland geen beletsel vormt voor de overlevering, aangezien de Minister van Justitie hierover beslist en de procedure in Nederland kan worden voortgezet. De vermeende schending van de redelijke termijn werd door de rechtbank verworpen omdat de termijn niet onredelijk lang was en de opgeëiste persoon in Duitsland toegang heeft tot effectieve rechtsmiddelen.
Verder werd vastgesteld dat de feiten strafbaar zijn volgens zowel Duits als Nederlands recht en dat de terugkeergarantie is gegeven, zodat de opgeëiste persoon een eventuele straf in Nederland kan uitzitten. Hoewel een deel van de feiten in Nederland zou zijn gepleegd, werd op grond van proportionaliteit en subsidiariteit afgezien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe ondanks lopende strafzaak in Nederland.