ECLI:NL:RBAMS:2006:AX8582
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen- van Alphen
- A.J.R.M. Vermolen
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toestemming overlevering Nederland-België wegens strafbare feiten met waarborgen voor eerlijk proces
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Procureur des Konings te Tongeren. Het EAB betrof meerdere strafbare feiten, waaronder verkrachting en mishandeling, waarop een gevangenisstraf van meerdere jaren is opgelegd.
De verdachte had hoger beroep aangetekend tegen het verstekvonnis, en de Belgische autoriteiten gaven garanties dat dit beroep daadwerkelijk zal leiden tot een behandeling in hoger beroep, waarmee de rechtbank voldoende waarborgen zag voor een eerlijk proces conform artikel 6 EVRM Pro. Tevens werd een terugkeergarantie gegeven dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten.
De rechtbank oordeelde dat overlevering voor de feiten die voldoen aan het vereiste strafmaximum van twaalf maanden of meer toegestaan kan worden. Voor een feit dat in België met maximaal drie maanden wordt bestraft, en dus niet aan het vereiste voldoet, werd overlevering geweigerd.
De rechtbank verwierp de verweren van de raadsman dat sprake zou zijn van een flagrante schending van fundamentele rechten, mede omdat het vonnis nog niet onherroepelijk is en het hoger beroep een nieuwe behandeling garandeert. De overlevering werd gedeeltelijk toegestaan voor de feiten die aan de wettelijke eisen voldoen, en geweigerd voor het feit dat dit niet doet.
Uitkomst: De rechtbank staat gedeeltelijke overlevering toe voor feiten met voldoende strafmaximum en waarborgt een eerlijk proces en terugkeergarantie, maar weigert overlevering voor een feit met onvoldoende strafmaximum.