ECLI:NL:RBAMS:2006:AX2652
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Amsterdam over verschoningsrecht advocaat en bewijsvoering in strafzaak
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld over het verschoningsrecht van een advocaat die als getuige was opgeroepen. De advocaat weigerde te verschijnen en te antwoorden op vragen vanwege zijn geheimhoudingsplicht. De rechtbank stelde dat het niet aan de getuige is om zelfstandig te bepalen dat verschijning zinloos is; dit moet door de rechter marginaal worden getoetst. Daarom moet de advocaat als getuige worden gehoord, waarbij de rechter-commissaris het verhoor zal leiden.
Verder behandelde de rechtbank verzoeken van de verdediging, waaronder het verkrijgen van telefoongesprekken tussen raadsman en cliënt, het toevoegen van stukken uit een strafrechtelijk financieel onderzoek, en het verstrekken van het volledige dossier. Het verzoek tot inzage in telefoongesprekken werd gehonoreerd, terwijl het verzoek tot toevoeging van het volledige strafrechtelijk financieel onderzoek werd afgewezen vanwege privacybelangen van een medeverdachte.
De verdediging stelde dat het recht op een eerlijk proces was geschonden door onder meer lekken naar de media en het onthouden van processtukken. De rechtbank verwierp deze stellingen, oordeelde dat het recht op een eerlijk proces niet was geschonden, en wees het verzoek tot bewijsuitsluiting van bepaalde gesprekken af omdat geen onregelmatigheden waren vastgesteld in de wijze waarop deze aan het dossier waren toegevoegd.
Tot slot werd het onderzoek geschorst wegens planningsoverwegingen, met een maximale termijn van negentig dagen, en werd de rechter-commissaris belast met het horen van de advocaat als getuige en verdere onderzoekshandelingen.
Uitkomst: De advocaat moet als getuige verschijnen ondanks het verschoningsrecht; verzoeken tot bewijsuitsluiting en dossierverstrekking worden deels afgewezen en deels gehonoreerd.