ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1472
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering plaats in finale Achmea Kennisquiz ondanks fout in jurering
In deze kortgedingprocedure stond centraal of de zoon van eisers, die aanvankelijk ten onrechte tot beste van Friesland was uitgeroepen, aanspraak kon maken op een plaats in de finale van de Achmea Kennisquiz. Hoewel tegen hem was gezegd dat hij de beste was, bleek dit onjuist en was een andere kandidaat daadwerkelijk de beste.
Eisers traden op voor zichzelf en niet als vertegenwoordigers van hun zoon. De Stichting verweerde zich onder meer met het argument dat eisers niet ontvankelijk waren wegens het ontbreken van een machtiging, maar dit werd verworpen. De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers voldoende belang hadden omdat zij anders kosten van opvoeding zouden besparen indien hun zoon de hoofdprijs zou winnen.
De Stichting stelde dat slechts twaalf kinderen aan de finale konden deelnemen en dat een dertiende deelnemer de andere twaalf zou benadelen. De voorzieningenrechter vond dat de fout in de jurering niet kon worden hersteld door een nieuwe fout te maken en dat de contractuele bepalingen de afwijzing van de vordering niet in de weg stonden. Artikel 15 van Pro de overeenkomst gaf de Stichting de bevoegdheid om in te grijpen bij fouten in de puntentelling of jurering, ook na de laatste aflevering.
Daarom werd de vordering van eisers afgewezen en werd bepaald dat de zoon van eisers geen aanspraak kon maken op deelname aan de finale.
Uitkomst: De vordering om deelname aan de finale toe te wijzen wordt afgewezen vanwege een fout in de jurering en contractuele bevoegdheden van de Stichting.