ECLI:NL:RBAMS:2006:AV3364
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- M.E. Leijten
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Overlevering aan België toegestaan voor resterende vrijheidsstraf wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 maart 2006 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Advocaat-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel. De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, waarvoor een resterende vrijheidsstraf van vier jaar en vijf maanden moet worden uitgevoerd.
De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon na penitentiair verlof in 1999 toestemming had gekregen om de inrichting definitief te verlaten en dat hij de opgelegde straf reeds had ondergaan, waardoor overlevering ontoelaatbaar zou zijn. De rechtbank verwerpt dit verweer omdat uit een attest van de Belgische penitentiaire inrichting blijkt dat de opgeëiste persoon na het verlof niet is teruggekeerd en de bewering niet is onderbouwd.
Daarnaast werd het verweer dat de Nederlandse vertaling van het EAB onvoldoende duidelijk was, verworpen omdat de vertaling voldeed aan de wettelijke eisen. De rechtbank concludeert dat aan alle voorwaarden van de Overleveringswet is voldaan en staat de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe voor de uitvoering van een resterende vrijheidsstraf.