ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1546
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen door verjaring verkregen erfdienstbaarheid van uitzicht en aansprakelijkheid voor zand- en wateroverlast bij werkzaamheden A10-West
HEM Hotel Amsterdam vordert schadevergoeding van de Staat en de Gemeente Amsterdam wegens onrechtmatige overlast en niet nagekomen afspraken tijdens weg- en bouwwerkzaamheden aan de Rijksweg A10-West in 2001. De bouwweg die werd aangelegd leidde tot verlies van parkeerruimte, zand- en wateroverstromingen ontstonden door een niet goed functionerende hemelwaterafvoer, en het uitzicht vanuit het hotel verslechterde door het kappen van bomen zonder herstel in oude staat.
De rechtbank stelt vast dat de bouwweg in overleg met HEM is aangelegd en dat HEM heeft ingestemd met de tijdelijke situatie, waardoor hiervoor geen schadevergoeding wordt toegekend. Wel is geoordeeld dat de Staat en de Gemeente onrechtmatig hebben gehandeld door het niet voorkomen van zand- en wateroverlast, aangezien de hemelwaterafvoer niet op de riolering was aangesloten en het talud niet adequaat was ingericht.
Verder wordt de stelling van HEM dat zij een erfdienstbaarheid van uitzicht door verjaring heeft verkregen verworpen, omdat het enkele hebben van uitzicht niet gelijkstaat aan het bezit van een dergelijk recht. De vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen voor de zand- en wateroverlast en de buitengerechtelijke kosten, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.
De rechtbank veroordeelt de Staat en de Gemeente hoofdelijk tot schadevergoeding op te maken bij staat, met wettelijke rente en kosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Staat en de Gemeente zijn aansprakelijk voor zand- en wateroverlast en moeten HEM schadevergoeding betalen.