ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8865
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- R. Orobio de Castro
- Rechtspraak.nl
Voorlopige opschorting werking Hema cao wegens onbevoegde vertegenwoordiging door VHP
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid van de Hema cao voor de jaren 2004-2007, afgesloten tussen Hema en de vakvereniging VHP. FNV en CNV stellen dat VHP niet bevoegd is om namens het gewone personeel een cao af te sluiten, omdat VHP statutair alleen het hogere personeel vertegenwoordigt. Hema heeft met VHP wel een cao gesloten, ondanks dat VHP volgens haar statuten niet bevoegd is voor het gewone personeel.
De voorzieningenrechter overweegt dat een vakbond alleen die werknemers kan vertegenwoordigen die zij krachtens haar statuten mag vertegenwoordigen. De fictieve vertegenwoordiging geldt alleen voor werknemers die binnen de statutaire werkingssfeer vallen. Omdat VHP statutair alleen bevoegd is voor het hogere personeel en niet voor het gewone personeel, is de cao met VHP voor het gewone personeel niet rechtsgeldig tot stand gekomen.
Daarom wordt de werking van de Hema cao opgeschort vanaf de datum van het vonnis totdat de bodemrechter een definitieve uitspraak doet. Hema wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. De vordering van FNV en CNV wordt toegewezen voor zover de werking van de cao wordt opgeschort, het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De werking van de Hema cao wordt opgeschort totdat de bodemrechter hierover beslist.