ECLI:NL:RBAMS:2005:AU7379
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink - Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Legesaanslag voor bouwvergunning tredmolen deels onterecht wegens gemeentelijke omissie
Eiseres bouwde in 2000 zonder vergunning een tredmolen op haar perceel. De gemeente stelde in 2002 een bestemmingsplan vast waarin abusievelijk de bestemming 'ub' voor de tredmolen niet op de plankaart was opgenomen. Na verzoeken van omwonenden om handhaving, diende eiseres in 2004 een bouwvergunningaanvraag in, die in maart 2005 werd verleend inclusief vrijstelling van het bestemmingsplan.
De gemeente legde een legesaanslag op van € 557,00, bestaande uit kosten voor de bouwvergunning, vrijstelling bestemmingsplan en welstandstoetsing. Eiseres betwistte de aanslag en stelde dat de leges voor de vrijstelling onterecht waren omdat de gemeente zelf een fout had gemaakt door de omissie in het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het in behandeling nemen van de reguliere bouwvergunning een dienst is waarvoor leges verschuldigd zijn. Echter, de leges voor het in behandeling nemen van het verzoek om vrijstelling van artikel 19.2 WRO zijn onterecht omdat de gemeente door haar omissie zelf de verschuldigdheid van deze leges heeft veroorzaakt. Ambtshalve herstel was niet mogelijk, maar het zorgvuldigheidsbeginsel belet dat leges worden geheven voor deze door gemeentelijk falen veroorzaakte aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de aanslag vast op € 107,00 en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep of cassatie instellen.
Uitkomst: De legesaanslag is deels vernietigd en vastgesteld op € 107,00 wegens gemeentelijke omissie bij het bestemmingsplan.