ECLI:NL:RBAMS:2005:AU6428
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Verzoek op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens tot verstrekking overzicht verwerkte persoonsgegevens door bank toegewezen
Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 46 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om van ABN Amro een overzicht te verkrijgen van alle persoonsgegevens die de bank van hem verwerkt. Dit verzoek volgt op een eerdere procedure waarin verzoeker ABN Amro aansprak wegens vermeende tekortkomingen in de nakoming van een overeenkomst.
De rechtbank overweegt dat ABN Amro verplicht is om aan verzoeker mee te delen of en welke persoonsgegevens van hem worden verwerkt, en daarbij een volledig overzicht te verstrekken in begrijpelijke vorm, inclusief het doel van de verwerking, de categorieën gegevens en de ontvangers. Dit geldt voor alle verwerkingen, ook die niet expliciet door verzoeker zijn genoemd, met uitzondering van bandopnamen en transcripties van telefoongesprekken, waarvoor geen interpretatieverschillen zijn gesteld.
ABN Amro voerde verweer op grond van misbruik van bevoegdheid en mogelijke schending van haar procespositie, maar deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelt dat verzoeker zijn recht op inzage niet misbruikt en dat het verzoek niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces. De rechtbank beveelt ABN Amro binnen vier weken aan het overzicht te verstrekken en legt een dwangsom op bij niet-naleving. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN Amro wordt bevolen binnen vier weken een volledig en begrijpelijk overzicht te verstrekken van alle persoonsgegevens die zij van verzoeker verwerkt.