ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5162
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Branbergen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank wegens schending zorgplicht bij advisering risicovolle beleggingen met opties
De zaak betreft een civiele procedure waarin eiser A de bank aansprakelijk stelt voor schade geleden door risicovolle beleggingen in aandelen gecombineerd met call- en putopties. A stelt dat de bank hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico's en niet tijdig heeft geadviseerd bij oplopende marginverplichtingen, waardoor zijn vermogen aanzienlijk is geslonken.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een adviesrelatie bestond en geen vermogensbeheerrelatie. De bank had de zorgplicht om A adequaat te adviseren en te waarschuwen voor onaanvaardbare risico's. De bank heeft nagelaten A voldoende te informeren over de bijzondere risico's van optieconstructies en had eerder moeten ingrijpen toen marginverplichtingen opliepen.
De rechtbank oordeelt dat de bank in beginsel aansprakelijk is voor de nadelige gevolgen van haar advisering, maar dat een deel van de schade voor rekening van A komt omdat hij zich bewust had moeten zijn van de risico's. De vordering tot vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling wordt afgewezen. De zaak wordt aangehouden voor nadere gegevens over de schadeberekening.
Uitkomst: De bank is aansprakelijk voor het niet adequaat waarschuwen en adviseren bij risicovolle optieconstructies, maar een deel van de schade komt voor rekening van A; de zaak wordt aangehouden voor nadere schadegegevens.