ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4797
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B. Kleiss
- E.D. Bonga-Sigmond
- L.E. Kalff
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van overlevering naar Duitsland met uitzondering van softdrugsvoorbereidingshandeling
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de officier van justitie te Keulen. De verdachte werd verdacht van beroepsmatige handel in verdovende middelen, een strafbaar feit in zowel Duitsland als Nederland.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat de feiten in Nederland waren gepleegd (artikel 13 OLW Pro), dat Duitsland geen wederzijdse uitlevering toepast voor eigen onderdanen, en dat het EAB betrekking had op een voorbereidingshandeling voor een softdrugs-transactie die volgens de Nederlandse Opiumwet niet strafbaar is. De rechtbank verwierp het eerste en tweede verweer, maar ging mee in het derde verweer omtrent de voorbereidingshandeling.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering toelaatbaar is voor het strafbare feit van beroepsmatige drugshandel, waarbij de verdachte de garantie heeft gekregen dat een opgelegde straf in Nederland kan worden uitgezeten. Voor het onderdeel van de voorgenomen softdrugs-transactie werd de overlevering geweigerd omdat dit geen strafbaar feit oplevert volgens de Nederlandse wet.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk, waarbij de overlevering wordt toegestaan met uitzondering van het niet-strafbare onderdeel.
Uitkomst: Overlevering van de verdachte aan Duitsland wordt toegestaan, behalve voor de voorbereidingshandeling met softdrugs waarvoor overlevering wordt geweigerd.