ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1727
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit IBG intrekking aanmelding studie geneeskunde wegens onjuiste toepassing nadere vooropleidingseisen
Verzoeker, een aankomend student geneeskunde, meldde zich aan bij de IBG voor de studie geneeskunde. De IBG trok zijn aanmelding in omdat hij niet tijdig bewijs had geleverd dat hij voldeed aan de nadere vooropleidingseisen, specifiek het vak biologie, dat hij pas in de zomer volgde en succesvol afrondde. De plaatsingsregeling staat toe dat deficiënties worden weggewerkt, maar niet in hetzelfde jaar als het eindexamen, hetgeen verzoeker betwistte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de IBG onterecht het eerste lid van artikel 8 van Pro de Regeling toepaste in plaats van het tweede lid, waardoor verzoeker ongelijk werd behandeld ten opzichte van studenten die eerder eindexamen deden. Dit leidde tot strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verzoeker had bovendien uitstekende studieresultaten en voldeed aan alle eisen vóór de loting.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van de IBG, waardoor verzoeker alsnog rechtstreeks geplaatst moet worden. De IBG werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat onmiddellijke plaatsing niet noodzakelijk was.
Uitkomst: Het besluit van de IBG wordt vernietigd en verzoeker wordt alsnog geplaatst voor de studie geneeskunde.