ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0589
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank handelt niet onrechtmatig bij incasso verpande vorderingen na voldoening hoofdvordering
De zaak betreft een geschil tussen Hanson Beton Nederland B.V. en ABN AMRO Bank N.V. over incasso van verpande vorderingen na voldoening van de hoofdvordering. De bank had een kredietovereenkomst met Rotonde B.V. en SDB, waarbij diverse zekerheden waren gesteld, waaronder verpanding van vorderingen. Na faillissement van Rotonde en SDB heeft de bank incassoafspraken gemaakt met een derde partij (C) voor de inning van de vorderingen.
Hanson vordert schadevergoeding en terugbetaling van overschotten die volgens haar onrechtmatig door de bank zijn geïncasseerd, omdat het pandrecht zou zijn komen te vervallen na voldoening van de hoofdvordering. De bank betwist dit en stelt dat zij bevoegd bleef tot incasso en dat de curator instemde met de gemaakte incassoafspraken.
De rechtbank overweegt dat het pandrecht tenietgaat bij voldoening van de hoofdvordering, maar dat dit de debiteur niet ontslaat van betaling aan de oorspronkelijke schuldeiser of diens rechtsopvolger. Hanson heeft geen schade geleden omdat zij een verplichting tot betaling had. De bank wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent de instemming van de curator met de incassoafspraken. Zonder instemming kunnen nadelige afspraken niet aan belanghebbenden worden tegengeworpen. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere procedure.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor bewijslevering over curatorinstemming en specificatie van uitwinningkosten.