ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7785
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Laurentius-Kooter
- Rechtspraak.nl
Radiodiagnosten en stichting niet aansprakelijk voor niet-doorverwijzing na bevolkingsonderzoek borstkanker
In deze zaak vordert A schadevergoeding van Stichting Kankerpreventie IKA en de radiodiagnosten B en C wegens het niet doorverwijzen voor nader onderzoek na een bevolkingsonderzoek borstkanker in 1998. A stelt dat er op de mammografie een duidelijke afwijking zichtbaar was die had moeten leiden tot doorverwijzing. De gedaagden betwisten dit en voeren aan dat de afwijking niet tot doorverwijzing noopte binnen het screeningskader.
De rechtbank overweegt dat aan screeningsonderzoek geen lagere zorgvuldigheidseisen mogen worden gesteld dan aan diagnostisch onderzoek. Een fout-negatieve uitslag betekent niet automatisch een fout. De voorlichtingsfolder maakte duidelijk dat het bevolkingsonderzoek geen absolute zekerheid biedt en dat zelfcontrole door vrouwen belangrijk blijft.
De deskundige dr. D bevestigt dat de afwijking op de mammografie slechts in één richting zichtbaar was en mogelijk werd veroorzaakt door overprojectie van klierweefsel. De rechtbank acht de stellingen van de radiodiagnosten aannemelijk dat er geen duidelijke aanwijzingen voor maligniteit waren. Hierdoor is geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst of onrechtmatige daad.
Ook de subsidiaire stelling dat IKA onrechtmatig handelt door een richtlijn te hanteren dat maximaal 2% van de vrouwen mag worden doorverwezen, wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs. De vordering wordt afgewezen en A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt A in de proceskosten.