ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7154
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor drugshandel ondanks Nederlandse nationaliteit en gezinssituatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Zweden op grond van een Europees aanhoudingsbevel. De verdachte wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, feiten die deels in Nederland en deels in Zweden zouden zijn gepleegd.
De verdediging voerde aan dat overlevering niet passend is vanwege de Nederlandse nationaliteit van de verdachte, het feit dat de strafbare feiten zich grotendeels op Nederlands grondgebied afspeelden, en zijn zorg voor een ernstig ziek zoontje. Daarnaast werd betoogd dat de verdachte als 'first offender' onwenselijk lang in Zweeds voorarrest zou verblijven.
De rechtbank overwoog dat de zorg voor het kind beperkt is tot weekenden en maandagen en dat de strafbare feiten ook in Zweden strafbaar zijn. De officier van justitie stelde dat de belangen van het Zweedse strafrechtelijk onderzoek zwaarder wegen dan de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank wees het verweer af en besloot de overlevering toe te staan, waarbij werd gewaarborgd dat de verdachte na veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Zweden toe ondanks bezwaren over nationaliteit en gezinssituatie.