ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7152
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Leipzig. De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.
Tijdens de zitting op 27 mei 2005 werd de opgeëiste persoon gehoord, bijgestaan door zijn raadsman en een Arabische tolk. De identiteit van de opgeëiste persoon werd bevestigd, evenals zijn Marokkaanse nationaliteit. De verdediging voerde aan dat de beschrijving van de feiten in het EAB onvoldoende specifiek was, met name ten aanzien van tijd, plaats en rol van de opgeëiste persoon.
De rechtbank oordeelde echter dat de omschrijving in het EAB voldoende duidelijk en specifiek was, met vermelding van data, plaatsen en betrokkenen. Er was geen bewijs dat de opgeëiste persoon onschuldig was. Gezien de naleving van de eisen van de Overleveringswet werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe wegens illegale handel in verdovende middelen.