ECLI:NL:RBAMS:2005:AT5635
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- A.J.R.M. Vermolen
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Overlevering van verdachte voor illegale handel in verdovende middelen naar Frankrijk toegestaan
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 mei 2005 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor illegale handel in verdovende middelen. De verdachte was bij verstek veroordeeld in Frankrijk, maar de rechtbank stelde vast dat de garantie op een nieuw proces bij verzet vooraf was gegeven, waarmee voldaan werd aan artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De verdediging voerde aan dat het proces in Frankrijk niet eerlijk was volgens artikel 6 EVRM Pro, omdat de verdachte het getuigenbewijs niet kon weerleggen, en dat er een risico was op onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank verwierp deze bezwaren wegens onvoldoende onderbouwing en benadrukte dat de verdachte recht heeft op een nieuw proces en rechtsmiddelen in Frankrijk.
Verder stelde de verdediging dat de overlevering niet mocht plaatsvinden omdat de verdachte ook in Nederland wordt vervolgd voor gerelateerde feiten, wat volgens artikel 36 OLW Pro een belemmering zou zijn. De rechtbank oordeelde dat dit buiten haar bevoegdheid valt en dat de Minister van Justitie hierover beslist.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat ondanks dat een deel van de feiten in Nederland zou zijn gepleegd, het belang van Frankrijk bij vervolging prevaleert, mede omdat de meeste bewijzen en medeverdachten in Frankrijk zijn. De overlevering werd daarom toegestaan conform de artikelen 2, 5, 7 en 13 van de OLW.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe voor strafrechtelijke vervolging wegens illegale handel in verdovende middelen.