ECLI:NL:RBAMS:2005:AT5182
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- R. Orobio de Castro
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na overlijden huurder wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
De stichting De Alliantie vordert in kort geding dat twee dochters de woning van hun overleden moeder binnen twee maanden verlaten. De moeder was huurder van de woning, maar zij is op 10 september 2004 overleden. De dochters hadden zich pas na het overlijden op het adres ingeschreven en voerden aan dat zij de huur wilden voortzetten op grond van artikel 7:268 BW Pro.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van vaste jurisprudentie een ouder die samenwoont met zijn kinderen geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, tenzij bijzondere omstandigheden dit aantonen. De dochters konden niet aannemelijk maken dat zij hun hoofdverblijf hadden in de woning en dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Hun samenwoning was tijdelijk vanwege de zorg voor de depressieve moeder.
Daarom verblijven de dochters zonder recht of titel in de woning. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een redelijke termijn van twee maanden. Daarnaast worden zij veroordeeld tot betaling van een vergoeding voor het gebruik van de woning en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De dochters moeten binnen twee maanden de woning verlaten omdat zij geen duurzame gemeenschappelijke huishouding met hun moeder voerden.