ECLI:NL:RBAMS:2005:AS8346
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Janssen
- L.C. Bachrach
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens diefstal Van Gogh schilderijen uit museum
De rechtbank Amsterdam behandelde een ontnemingsvordering tegen verdachte, die was veroordeeld voor de diefstal van twee Van Gogh schilderijen uit het Van Gogh Museum op 7 december 2002. De vordering betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze diefstal.
Uit bewijs, waaronder telefoongesprekken en verklaringen, concludeerde de rechtbank dat verdachte een bedrag van €50.000 aan wederrechtelijk voordeel had verkregen. Verdachte voerde aan geen draagkracht te hebben, maar de rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat hij niet in staat zou zijn het bedrag te voldoen. Diverse uitgaven en schenkingen van verdachte ondersteunden het bestaan van het voordeel.
De rechtbank legde daarom aan verdachte de verplichting op om €50.000 aan de Staat te betalen, gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De beslissing werd genomen na meerdere zittingen en schriftelijke stukken, waarbij de inhoudelijke behandeling zorgvuldig werd voorbereid en uitgevoerd.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €50.000 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit de diefstal.