ECLI:NL:RBAMS:2004:AR8430
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- F. Salomon
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 december 2004 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB is uitgevaardigd wegens verdenking van medeplegen van handelen in strijd met het verbod op verdovende middelen, strafbaar gesteld in Duitsland en Nederland.
De opgeëiste persoon, die zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit bezit, voerde onschuld aan en betwistte zijn betrokkenheid bij de feiten die op 18 en 23 december 2003 zouden zijn gepleegd. De rechtbank vond echter dat de schuld niet was weerlegd en dat het bewijs voldoende was om het vermoeden van schuld te handhaven.
De Duitse justitiële autoriteit gaf de garantie dat, indien de opgeëiste persoon tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze in Nederland kan ondergaan. De rechtbank oordeelde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en dat de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro niet opging, mede omdat het bewijs en de medeverdachten zich in Duitsland bevinden.
Daarom werd de overlevering toegestaan zonder mogelijkheid tot gewoon rechtsmiddel. De uitspraak bevestigt het belang van internationale samenwerking bij de bestrijding van drugshandel en de toepassing van het Europees aanhoudingsbevel.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor strafvervolging wegens medeplegen van illegale handel in verdovende middelen.