ECLI:NL:RBAMS:2004:AR6884
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- W.M.C. van den Berg
- M.J.E. Geradts
- Rechtspraak.nl
Veroordeling uitlokking effectentransacties met voorwetenschap door voorzitter Landis Group
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte, voorzitter van de Raad van Bestuur van Landis Group N.V., veroordeeld voor het uitlokken van twee vermogensbeheerders tot effectentransacties met voorwetenschap. Verdachte verstrekte hen op 19 juli 2001 vertrouwelijke informatie over een aanstaande onderhandse emissie van aandelen Landis tegen een koers van 6 euro, met het doel de koers op te drijven.
De rechtbank verwierp het primair ten laste gelegde feit wegens onvoldoende bewijs, maar achtte het subsidiair ten laste gelegde bewezen. Verdachte maakte misbruik van zijn positie door vertrouwelijke details over de emissie te delen en de beheerders te instrueren de koers te beïnvloeden, wat de integriteit van de effectenhandel schaadde.
De rechtbank legde een taakstraf van 100 uur op, met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-naleving, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het misbruik van vertrouwen en de noodzaak van algemene preventie in de effectenmarkt.
De rechtbank verwierp het beroep op directe werking van de Europese richtlijn Marktmisbruik wegens onvolledige implementatie en onzekerheden in de interpretatie. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, maar veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde, namelijk het opzettelijk uitlokken van effectentransacties met voorwetenschap.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden wegens uitlokking van effectentransacties met voorwetenschap.