ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5216
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- G.H. Marcus
- M.L.D. Akkaya
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken van partijdigheid
In deze strafzaak heeft de raadsman van de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met het onderzoek. De raadsman stelde dat de rechter-commissaris onrechtmatig een oordeel had gegeven over de betrouwbaarheid van een getuige voordat het daadwerkelijke verhoor had plaatsgevonden, waardoor de schijn van partijdigheid zou zijn gewekt.
De rechter-commissaris had op 9 oktober 2004 een persoon gehoord die anoniem wilde blijven vanwege mogelijke bedreiging. Het doel van het verhoor was te beoordelen of deze persoon als bedreigde getuige kon worden aangemerkt volgens artikel 226a Sv. De rechter-commissaris had in het proces-verbaal vermeld dat de getuige een zeer betrouwbare indruk maakte, wat de raadsman als vooringenomenheid interpreteerde.
De rechtbank oordeelde dat het oordeel van de rechter-commissaris beperkt bleef tot de context van het verhoor in het kader van artikel 226a Sv en dat dit geen belemmering vormde voor een onbevooroordeelde beoordeling in latere procedurele stadia. Er waren geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigden. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.