ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4909
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Salomon
- R.B. Kleiss
- S.K. de Groot
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland wegens diefstal en poging daartoe
De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 oktober 2004 de vordering tot overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 8 april 2003. De opgeëiste persoon wordt verdacht van diefstal door meerdere personen en poging daartoe, gepleegd in Duitsland.
De verdediging voerde aan dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de verdachte reeds in 2001 door Nederlandse politie in aanwezigheid van Duitse opsporingsambtenaren was gehoord en het EAB pas in 2003 werd uitgevaardigd, terwijl de vordering tot overlevering pas in 2004 werd ingediend. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat een eventuele termijnoverschrijding door de Duitse strafrechter moet worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de feiten strafbaar zijn volgens zowel Duits als Nederlands recht en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit bezit. Daarom is overlevering alleen toegestaan indien de Duitse autoriteiten garanderen dat een eventuele vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten. Deze garantie werd door Duitsland gegeven.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor overlevering is voldaan en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor strafvervolging wegens diefstal en poging daartoe.