ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ8127
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- M.J.E. Geradts
- E.J. Weller
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag ondanks beroep op noodweer na gewelddadige confrontatie
Op 19 februari 2004 schoot verdachte in Amsterdam het slachtoffer met een revolver meerdere keren in borst en been, waarna het slachtoffer overleed. Verdachte voerde noodweer aan, omdat het slachtoffer hem aanviel met een mes, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte de confrontatie bewust had opgezocht en daarom geen recht op noodweer had.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk het slachtoffer heeft gedood en een verboden vuurwapen bij zich had. Verdachte was zich bewust van het feit dat hij een geladen revolver bij zich droeg en kon zich niet beroepen op dwaling omtrent het wapen of de munitie.
Hoewel verdachte onder invloed was van alcohol en spanning vanwege eerdere bedreigingen door het slachtoffer, concludeerde de rechtbank dat hij willens en wetens in een situatie terechtkwam waarin een gewelddadige confrontatie te verwachten was. De psycholoog stelde vast dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaar en bepaalde dat de reeds door verdachte doorgebrachte voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. De gebruikte wapens werden onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens doodslag en verboden wapenbezit; beroep op noodweer wordt verworpen.