ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6064
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- A.J.R.M. Vermolen
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Schorsing onderzoek overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens onduidelijkheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens vermeende betrokkenheid bij grootschalige handel in verdovende middelen. De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting. De Belgische autoriteiten wensen de verdachte te vervolgen in een strafrechtelijk onderzoek.
De verdediging stelde dat de verdachte zich vrijwillig in Nederland wilde laten horen, waarna de Belgische justitie zou kunnen besluiten over vervolging. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het EAB gericht is op overlevering voor vervolging, niet slechts een verhoor.
De rechtbank stelde echter vast dat het EAB onduidelijkheden bevatte over de datering van het bevel en het onderliggende besluit, wat niet strookt met de strikte eisen van de Overleveringswet. Tevens was onvoldoende duidelijk of het bezit van softdrugs, genoemd in het EAB, ook in Nederland strafbaar is, mede omdat de hoeveelheid softdrugs onbekend was.
Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen tot 30 juli 2004, met het verzoek aan het Openbaar Ministerie om de onduidelijkheden op te helderen. De verdachte werd opgeroepen voor die datum, met kennisgeving aan zijn raadsman.
Uitkomst: Het onderzoek naar de overlevering wordt geschorst tot opheldering van onduidelijkheden in het Europees aanhoudingsbevel.