ECLI:NL:RBAMS:2004:AP3499
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.L. Mastboom
- Y.A.A.G. de Vries
- C.P. Bleeker
- Rechtspraak.nl
Bevel tot voorlopige hechtenis wegens openlijk geweld tegen minister Verdonk
De officier van justitie was in beroep gekomen tegen de afwijzing van een vordering tot inbewaringstelling van verdachte, die haar identiteit en woonplaats niet wilde bekendmaken. Verdachte werd beschuldigd van openlijk geweld in vereniging tegen minister Verdonk, verzet bij haar aanhouding en vernieling van haar kleding.
De rechter-commissaris had de vordering afgewezen op grond van artikel 67a lid 3 Sv, omdat er ernstig rekening moest worden gehouden met de mogelijkheid dat geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zou worden opgelegd of dat de duur van de voorlopige hechtenis de straf zou overtreffen. De rechtbank oordeelde echter dat gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke onrust en het feit dat verdachte anoniem bleef, de voorlopige hechtenis noodzakelijk was.
De rechtbank vernietigde daarom de beslissing van de rechter-commissaris en beval de bewaring van verdachte. Dit gebeurde in een raadkamerzitting op 23 juni 2004, waarbij de drie rechters gezamenlijk het besluit namen. De zaak benadrukt het belang van voorlopige hechtenis bij ernstige geweldsdelicten en het belang van maatschappelijke veiligheid.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de voorlopige hechtenis van verdachte wegens openlijk geweld tegen minister Verdonk.