ECLI:NL:RBAMS:2004:AP0431
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Janssen
- L.C. Bachrach
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Nader onderzoek bevolen in diefstal Van Gogh schilderijen wegens onvolledig bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelt de zaak van verdachte die wordt verdacht van de diefstal van twee schilderijen uit het Van Gogh museum. Tijdens de terechtzitting op 18 mei 2004 concludeert de rechtbank dat het onderzoek niet volledig is geweest en dat aanvullend technisch en DNA-onderzoek noodzakelijk is.
Er wordt specifiek nader onderzoek verlangd naar het gat in de ruit waarlangs de dader(s) mogelijk naar binnen en buiten zijn geklommen, waarbij rekening moet worden gehouden met de glasrestanten en de situatie ter plaatse. Tevens moet het celmateriaal uit een gevonden pet worden vergeleken met het DNA-profiel van een medeverdachte, omdat eerder onderzoek niet met een betrouwbaar referentiemonster is uitgevoerd.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder het betwisten van de ontvankelijkheid van de officier van justitie, mogelijke contaminatie van het DNA-materiaal en schending van het fair trial-beginsel. De rechtbank verwerpt deze verweren en acht de aanwijzingen en het bewijs voldoende ernstig om het onderzoek voort te zetten.
De rechtbank besluit het onderzoek te heropenen en te schorsen, en wijst het nader onderzoek toe aan de rechter-commissaris. Het vervolg van de terechtzitting wordt binnen negentig dagen vastgesteld, waarbij verdachte tijdig zal worden opgeroepen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt nader technisch en DNA-onderzoek en schorst het onderzoek tot hervatting binnen negentig dagen.