ECLI:NL:RBAMS:2004:AO7869
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- P.K. van Riemsdijk
- W.M.C. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in voorkenniszaak
De rechtbank Amsterdam heeft op 20 april 2004 uitspraak gedaan in een ontleningszaak die verband houdt met een onderliggende strafzaak over voorkennis. Verdachte is veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, waaronder opzettelijke overtredingen en uitlokking daarvan.
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een netto bedrag van €168.470,40, gebaseerd op brutowinst minus betaalde provisies bij de aan- en verkoop van aandelen Kempen & Co N.V. Verdachte heeft zich verenigd met de wijze van berekening van dit voordeel.
Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht is aan verdachte de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen. Hiermee komt de rechtbank tegemoet aan de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de strafbare feiten waarvoor verdachte is veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €168.470,40 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.