ECLI:NL:RBAMS:2004:AO7300
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering obligatiehouders Albert Heijn inzake jaarstukken en kredietovereenkomst
De obligatiehouders van Albert Heijn, vertegenwoordigd door Amstel Capital Management B.V. (ACM) en Stichting Onderzoek Effecten Informatie (SOEI), vorderden inzage in de enkelvoudige jaarstukken van Albert Heijn over 2001 en 2002 en inzage in de kredietovereenkomsten die Ahold was aangegaan. ACM stelde dat Albert Heijn als dochtermaatschappij van Ahold verplicht was deze stukken te publiceren en dat het niet naleven hiervan de positie van obligatiehouders schaadde.
De rechtbank overwoog dat Albert Heijn op grond van artikel 2:403 BW Pro vrijgesteld is van het opstellen van enkelvoudige jaarstukken en dat haar financiële gegevens zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Ahold. De verplichting tot publicatie rust derhalve op Ahold en niet op Albert Heijn. De gevraagde kredietovereenkomst van 3 maart 2003 was afgelost en het nieuwe krediet was reeds openbaar gemaakt via persberichten, zodat geen noodzaak bestond tot verdere inzage.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat ACM ontvankelijk was in haar vorderingen, maar dat SOEI niet-ontvankelijk was omdat zij geen zelfstandige vordering had ingesteld. De vordering tot aflossing van obligaties wegens vermeende 'Events of Default' werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat een dergelijk event had plaatsgevonden.
De voorzieningenrechter wees alle vorderingen af en veroordeelde ACM en SOEI in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 2:403 BW Pro en benadrukt het belang van geconsolideerde jaarrekeningen voor dochtermaatschappijen binnen een groep.
Uitkomst: De vorderingen van de obligatiehouders tot inzage in jaarstukken en kredietovereenkomsten zijn afgewezen.