ECLI:NL:RBAMS:2004:AO6337
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.A. Schimmel
- S.F. van Merwijk
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging met dodelijke afloop
Op 6 oktober 2003 vond een incident plaats waarbij het slachtoffer werd aangevallen door een groep jongens in de passage tussen het Marie Heinekenplein en de 1e Van der Helststraat te Amsterdam. Het slachtoffer werd onder meer met een terrasstoel bekogeld en uiteindelijk tegen het lichaam getrapt, waarna zij viel en later overleed aan een gescheurde milt.
Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging, mede door het zich niet distantiëren van de groep en het versterken van de groep die het geweld pleegde. De dagvaarding bevatte een cumulatieve en alternatieve 'en/of'-constructie die de verdediging betwistte als onduidelijk en onbegrijpelijk.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de onduidelijkheden in de dagvaarding, de verdediging een adequate verdediging kon voeren en dat de dagvaarding niet nietig verklaard hoefde te worden. Uit het bewijs bleek echter niet wettig en overtuigend dat verdachte zelf enige geweldshandeling had verricht of een significante bijdrage had geleverd aan de openlijke geweldpleging.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De rechtbank benadrukte dat de 'en/of'-constructie in de dagvaarding tot onnodige complexiteit leidt en dat het aan het Openbaar Ministerie is om duidelijkheid te verschaffen over de exacte verwijten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijke geweldpleging.