ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4451
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J.L.M. van Dijk
- H.J. Tijselink
- H.P.E. Has
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het voorhanden hebben van verboden vuurwapens in Amstelveen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 februari 2004 de strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van verboden vuurwapens en munitie in Amstelveen op 28 januari 2003. Verdachte werd tevens verdacht van andere feiten, maar deze werden niet wettig en overtuigend bewezen verklaard en leidde tot vrijspraak voor die feiten.
De officier van justitie had geen vordering geformuleerd tijdens de zitting, maar de rechtbank baseerde haar oordeel op het bekende requireerbeleid omtrent wapens. Het bewijs bestond uit de vondst van een revolver en een pistool van categorie III, alsmede 27 patronen munitie van dezelfde categorie, aangetroffen in de woning van verdachte. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.
De rechtbank wees het verzoek van de officier van justitie tot schorsing van het onderzoek af, omdat er voldoende gelegenheid was geweest voor DNA-onderzoek en getuigenverhoor. De officier van justitie kon hierdoor niet requireren, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het was gepleegd en de persoon van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht. De rechtbank benadrukte dat het voorhanden hebben van geladen vuurwapens in een niet afgesloten auto op de openbare weg een ernstig gevaar voor de openbare veiligheid vormt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van verboden vuurwapens en munitie.