ECLI:NL:RBAMS:2003:AN8087
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- P.K. van Riemsdijk
- K. Toxopeus-Bakker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs dat computergegevens een goed vormen
Verdachte werd beschuldigd van het heimelijk verkrijgen van gegevens uit geautomatiseerde systemen van politie en/of Belastingdienst/FIOD. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder onrechtmatigheden in het opsporingsonderzoek en het betwisten dat computergegevens als 'goed' in de zin van de wet kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank overwoog uitgebreid of computergegevens onder het begrip 'goed' vallen zoals bedoeld in artikel 416 en Pro 417bis van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij werd verwezen naar jurisprudentie van de Hoge Raad en parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat computergegevens vanwege hun 'multiple' karakter niet als een goed kunnen worden beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat het delict niet wettig en overtuigend bewezen kon worden omdat een essentieel bestanddeel, namelijk dat de gegevens een goed vormen, ontbrak. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Daarnaast wees de rechtbank verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen af wegens gebrek aan belang. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 13 november 2003.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat computergegevens niet als een goed in de zin van artikel 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht worden beschouwd.