ECLI:NL:RBAMS:2003:AL2039
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executie notariële akten en derdenbeslag na echtscheiding met finaal verrekenbeding
De zaak betreft een geschil tussen een ex-echtgenote en haar voormalige partner en diens broer met diens vennootschap over de executie van notariële akten van schuldbekentenis en het leggen van derdenbeslag. De echtgenoten waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding, waarbij verrekening plaatsvindt alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd.
Na ontbinding van het huwelijk werden diverse leningen aangegaan door de ex-echtgenoot, waarbij notariële akten werden gepasseerd. De ex-echtgenote werd mede hoofdelijk aansprakelijk gesteld op grond van het verrekenbeding en geconfronteerd met executoriale titels en derdenbeslag. Zij vorderde staking van de executie en opheffing van het beslag, stellende dat het verrekenbeding geen derdenwerking kent en zij niet aansprakelijk is voor de schulden van haar ex-partner.
De rechtbank oordeelde dat het finaal verrekenbeding een interne verplichting tussen echtgenoten is en geen derdenwerking heeft. Daarom is de executie ten laste van de ex-echtgenote onrechtmatig. De gevorderde voorzieningen tot staking van de executie en opheffing van het beslag worden toegewezen. De vorderingen tegen de ex-echtgenoot worden afgewezen omdat de leningen niet nietig zijn en de notariële akten geldig zijn. De kosten worden aan de zijde van de ex-echtgenote toegewezen.
Uitkomst: De executie ten laste van eiseres wordt gestaakt en het derdenbeslag opgeheven wegens ontbreken van derdenwerking van het verrekenbeding.