ECLI:NL:RBAMS:2003:AK3486

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/129119-00
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 282 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot 2 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van meervoudige vrijheidsberoving

De rechtbank Amsterdam heeft op 11 september 2003 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere opzettelijke vrijheidsberovingen. Deze feiten vonden plaats in de periode van 17 tot en met 22 november 1998 in Amsterdam, Almere en elders in Nederland. Verdachte en zijn mededaders namen drie slachtoffers gevangen door hen te boeien, hun ogen en mond af te plakken met tape, en hen mee te nemen in een bestelbusje en een voertuig.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de slachtoffers wederrechtelijk van hun vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, waarbij een dreigende en intimiderende sfeer werd gecreëerd. Verdachte was betrokken bij het regelen van het bestelbusje en aanwezig bij voorbesprekingen. De slachtoffers hebben onder mensonterende omstandigheden hun laatste uren doorgebracht, wat ook psychische gevolgen kan hebben voor een van de slachtoffers.

De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend waren bewezen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarbij de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering werd gebracht. Tevens werd een aan verdachte toebehorend voorwerp verbeurd verklaard, omdat dit voorwerp was gebruikt bij het plegen van de strafbare feiten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van meervoudige opzettelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer:
Datum uitspraak: 11 september 2003
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres.
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 maart 2003, 13 maart 2003 en 29 augustus 2003.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
--------------
3. Waardering van het bewijs
3.1. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 is telastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
3.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
ten aanzien van het onder 2 telastegelegde:
in de periode van 17 november 1998 tot en met 22 november 1998 te Amsterdam en te Almere en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer1] en [slachtoffer2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders
- [slachtoffer1] en [slachtoffer2] plaats laten nemen in een bestelbusje
- en de handen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] geboeid en vastgebonden en
- de ogen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] met tape afgeplakt en
- de mond van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] met tape afgeplakt en
- [slachtoffer1] en [slachtoffer2] aldus meegenomen.
ten aanzien van het onder 3 telastegelegde:
in de periode van 17 november 1998 tot en met 22 november 1998 te Amsterdam en te Almere en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [verdachte3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders
- [verdachte3] plaats laten nemen in een voertuig en
- [verdachte3] meegenomen van Amsterdam naar Almere en
- een dreigende en intimiderende sfeer geschapen door twee bekenden van [verdachte3] te weten [slachtoffer1] en [slachtoffer2] vast te binden en de ogen en de mond af te plakken met tape.
4. Het bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
5. De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straffen en maatregelen
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een drievoudige vrijheidsberoving.
Verdachte heeft in de auto en in het bestelbusje gereden, waarmee de slachtoffers [verdachte3], [slachtoffer2] en [slachtoffer1] van hun huizen zijn opgehaald.
Verdachte heeft van tevoren het bestelbusje geregeld, waarvan hij wist dat deze voor de ontmoeting gebruikt zou worden. Tevens was hij bij voorbesprekingen van de ontmoeting aanwezig.
Verdachte heeft de slachtoffers [slachtoffer1] en [slachtoffer2] in het bestelbusje vervoerd terwijl hun ogen en mond werden afgeplakt met tape en hun handen werden geboeid, zodat zij zich niet vrijelijk konden bewegen.
De beide slachtoffers zijn onder mensonterende omstandigheden meegenomen en moeten vreselijke doodsangsten hebben beleefd in hun laatste levensuren.
Door de vrijheidsberoving en de dreigende sfeer die is geschapen vanwege het boeien van de slachtoffers [slachtoffer2] en [slachtoffer1], hebben verdachte en zijn mededaders tevens angst ingeboezemd bij [verdachte3], waarvan hij, naar de ervaring leert, mogelijk ook in de toekomst nog psychisch nadelige gevolgen zal ondervinden.
Verbeurdverklaring
Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:
41 1.00 STK Papier
nr. 9808916
verhuurnota voor Toyota Hiace
dat aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dat voorwerp het onder 2 en 3 bewezen geachte is begaan.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
9. Beslissing
Verklaart het onder 1 telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde:
Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 JAREN.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Verklaart verbeurd:
41 1.00 STK Papier
nr. 9808916
verhuurnota voor Toyota Hiace
Gelast de teruggave aan verdachte van:
5 1.00 STK Negatief
kleuren
B-1-1
6 1.00 STK Kaart
KLM koffie
B-1-2
9 1.00 STK Bon
kassa B-1-5
met telefoonnummers
11 1.00 STK Visitekaartje
TEWI
B-1-7
15 1.00 STK Papier
B-1-11
met aantekeningen
16 1.00 STK Papier Kl:rood
B-1-12
met telefoonnummers
20 1.00 STK Papier
OUKE BAAS C-1
Huurovereenkomst
25 1.00 STK Papier
D-1-2
met aantekeningen
28 1.00 STK Papier
D-1-5
aanvraag dienstruiling KLM
30 1.00 STK Papier
D-1-7
aanvraagformulier Non-activiteit
31 1.00 STK Papier
D-1-8
Internationaal Money Transfer Contr.
32 1.00 STK Papier
D-1-9
1 bladzijde met namen en tel. nummers
Dit vonnis is gewezen door
mr. U.W. baron Bentinck, voorzitter,
mrs. G.P.C. Janssen en J.J. Molenaar, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Jansen, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 september 2003.