ECLI:NL:RBAMS:2003:AI1566
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T.J.P. van den Os van Abeelen
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunningen prostitutiebedrijven wegens niet-naleving identificatieplicht
Verzoekster heeft als nieuwe exploitant vier vergunningen aangevraagd voor prostitutiebedrijven in Amsterdam. Na eerdere voorlopige toestemming heeft de burgemeester de vergunningen geweigerd op grond van artikel 6.8, tweede lid, onder d, van de Algemene Plaatselijke Politieverordening (APV), omdat onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster de zorgplicht uit artikel 6.9, derde lid, onder c, APV zal naleven.
De weigering is gebaseerd op rapportages van de zedenpolitie die meerdere keren prostituees aantroffen zonder dat zij hun identiteit wilden of konden tonen, terwijl de beheerder niet altijd aanwezig was. Verzoekster stelde dat zij voldoende maatregelen had genomen en dat de weigering alleen terecht zou zijn als er helemaal geen controle had plaatsgevonden. Ook voerde zij aan dat de problemen zich voornamelijk in één pand voordeden.
De rechtbank oordeelt dat de exploitant en beheerder verplicht zijn alle redelijke maatregelen te treffen om te voorkomen dat prostituees hun identiteit niet tonen. Verzoekster heeft onvoldoende aan deze zorgplicht voldaan, mede omdat niet is gebleken dat zij de voorgestelde maatregelen consequent heeft toegepast. Het enkele feit dat achteraf kopieën van identiteitsbewijzen konden worden getoond, maakt dit niet ongedaan.
De rechtbank vindt dat de burgemeester de vergunningen in redelijkheid heeft kunnen weigeren, ook voor de andere panden, omdat deze als een geheel worden geëxploiteerd. Verder is vastgesteld dat de gedoogsituatie niet langer gehandhaafd kan blijven en dat verzoekster meerdere mondelinge waarschuwingen heeft gekregen. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigt de weigering van de exploitatievergunningen wegens onvoldoende naleving van de identificatieplicht.